Tot de dood ons scheidt

01.10.2017 - by Lieke van Dun

Ik verbaas me geregeld over de ontreddering die optreedt bij mensen als ze geconfronteerd worden met hun eigen sterfelijkheid of de sterfelijkheid van hun dierbaren.

Evenzo kan ik me verbazen over de moeite met het loslaten van het leven en het ervaren van levenslust omdat er in mij een heimwee naar de dood/gestorven zijn bestaat.

Het is net alsof mensen zich tot de confrontatie met de dood niet gerealiseerd hebben dat de dood elk moment van ons leven met ons meeloopt en zich kan aandienen. Alsof de dood als een verrassing komt. Terwijl het juist de enige zekerheid is die we hebben in het leven…dat we sterven.

Wanneer we de dood centraler stellen in ons leven zou dat dan zorgen voor andere keuzes of een ruimer begrip van de bedoeling van leven?
Ik kan me voorstellen dat als we de dood bewuster als een gegeven toelaten in ons leven het belangrijke grondvragen voedt: ‘waarom ben ik geboren?’, ‘wat ben ik?’, ‘wat is de zin van leven als het toch weer voorbij gaat?’, ..

Maar het vraagt nogal wat moed om deze vragen toe te laten. Want al je zekerheden (je overtuigingen, je focus, je ambities,..) verliezen hun lading. Je kunt immers pas oprecht en open onderzoeken als je alle conclusies los durft te laten.

Je krijgt te maken met existentiële crises waarin angsten en depressies de boventoon kunnen voeren. Geen enkel transformatieproces kan immers plaatsvinden zonder geboortepijn.

Maar is dat niet het proces dat alle oprechte zoekers zijn aangegaan? Mensen als Mandela, Rilke, Jezus, Gandhi, Bach, Boeddha, en véle anderen. hebben allemaal zonder concessies gezocht naar de essentie van hun/het bestaan en dat belichaamd ondanks onbegrip en verkettering door hun omgeving.

Het toelaten van de sterfelijkheid van jezelf en je dierbaren doet je realiseren dat alle toekomstgerichte bezig zijn prima is, maar veel minder van belang dan de kwaliteit van je aandacht en beleving in hier en nu.

Daarin schuilt tijdloze verbinding met het leven, jezelf en je dierbaren.