Wanneer ben je heel

23.12.2017 - by Lieke van Dun

In de praktijk komen veel mensen die last hebben van fysieke en/of mentale klachten ten gevolge van stress en overbelasting. Ook zelf heb ik hier ervaring mee gehad, met als gevolg: burnout, depressie, angsten, allergieën, spier/pees klachten.

Voor mij persoonlijk zijn deze symptomen altijd aanleiding geweest om ‘noodgedwongen’ stil te gaan staan en me af te vragen waar ik mee bezig was, wat nou de bedoeling was. Telkens voelde ik daaronder de uitnodiging om thuis te komen, te herademen. Maar hoe kom je thuis als het stilstaan een gevoel van ontheemding, angst en leegte bloot legt?

Er blijkt in deze tijd veel onderhuidse en gemaskeerde hopeloosheid aanwezig in mensen. Er wordt veel geïnvesteerd in zelfonderzoek en (alternatieve) therapieën, maar dit leidt vaak niet tot blijvende gemoedsrust en een gevoel van thuis zijn in jezelf. Steeds weer steekt de pijn van het ontheemde hart de kop op.

In mijn eigen zoektocht heb ik ervaren dat het werkelijk oplossen van deze pijn een combinatie is van enerzijds het voelen van een diep verlangen om werkelijk thuis te komen in vrede en gemoedsrust en anderzijds het inzicht krijgen in de kern van het ‘probleem’.

Om met het eerste te beginnen, het aftasten van je verlangen: wat ís het eigenlijk waarnaar je verlangt? Verlang je naar het vrij zijn van klachten? Of naar het vrij zijn van problemen en moeite? Of is ons diepste verlangen om gelukkig te zijn? Is dat wat ons onderhuids drijft? Onvoorwaardelijk gelukkig zijn; niet door iets veroorzaakt, want dan kan het nooit blijvend zijn. Immers, leven is continue verandering.

De kracht van onze binnenwereld (gedachten, gevoelens, impulsen) is enorm. Zo sterk zelfs dat het de invloed van de buitenwereld bepaalt. Onze perceptie van de buitenwereld wordt gevormd in onze binnenwereld. Dus feitelijk heeft de buitenwereld geen betekenis. Wij géven het (onbewust) betekenis.

Dit besef is werpt licht op de kern van het ‘probleem’ en is van groot belang voor de zoekende mens die gemoedsrust en vrede veel waard is. Want hiermee begrijp je dat de oplossing hem niet zit in het proberen te veranderen van je omstandigheden, maar in het verschuiven van je oriëntatie; van onbewust koersen op impulsen, gedachten en emoties naar zíjn vanuit een punt dat ligt vóór de impulsen, gedachten en emoties.

Wanneer je je richt op vrede en gemoedsrust wordt je als vanzelf naar binnen getrokken, naar stilte. Naar een punt waar ‘niet weten’ heerst. Weten wat of waar het níet is is een sterke leidraad voor een vruchtbaarder oriëntatie. Maar dit niet weten kan gepaard gaan met een gevoel van wanhoop en angst.

Hier, in de storm van angst en wanhoop ontstaat een verbinding tussen jouw hart dat verlangt en het Leven/God/Universum dat heeft gewacht op dit moment van jouw thuiskomen. In de stilte vindt een transformatie plaats. Je sterft en wordt opnieuw geboren. Er is geen sprake van spetterend vuurwerk of hemelse ervaringen, maar enkel de naaktheid van beantwoorde hopeloosheid.

Hier begint het pas, want in deze overgave en in dit diepste verlangen zal het leven je op de proef stellen. Niet om je te pesten, maar om je te helpen openen. Zo ontvouwt je hart zich tot een zuiver kanaal dat vrij is van eigen motieven. Een kanaal dat zich laat vullen en bewegen door het leven zelf. Dat op een subtiel niveau in staat is te luisteren naar de signalen die gehoord willen worden en de moed heeft om gehoor te geven.